Dit weekend stond in het teken van Henri Chapelle. Zowel op zaterdag als op zondag zat deze klim in het parcours. Twee mooie ritten, maar helaas zonder loggegevens die ik op de site kan delen. De Garmin 800 edge genereert op dit moment log-bestanden die niet in te lezen zijn.
Zaterdag was een rit met de “old friends”. Vanuit Arensgenhout ging het richting Ransdaal. Daar trof ik de “old friends”. Al snel was duidelijk dat er vandaag goed doorgereden zou worden. Met een gemiddelde van boven de 30 km/u werd de 90 km afgelegd. Ik wist dat ik dit zeker een dag later nog zou voelen.
Om 9:15 uur stond ik klaar om met @KleijnenMark. Met een uur minder slaap en een redelijk frisse ochtend ging het naar de Kei in Valkenburg. ‘s Morgens had ik het routekaartje nog eens goed bekeken. Ik kreeg spijt dat ik gisteren toch behoorlijk wat inspanningen had geleverd. Dat zou ik zeker in het laatste gedeelte gaan merken. De rit had een hoogtemeterverschil van meer dan 1000 meter.
Meteen na de start ging het de Daalhemmerberg omhoog. Deze 2 km lange klim loopt vanuit het Grendelplein in Valkenburg richting Sibbe.

Vanuit hier ging het richting Cadier en Keer. De Keunestraat was de volgende korte klim met een gemiddeld stijgingspercentage van 6%.
Over glooiende wegen ging het vervolgens richting Banholt, Mheer en Noorbeek. Na het verlaten van Noorbeek ging het via de Wolfsberg naar Slenaken.

Een niet al te lange beklimming. Het leek alsof de groep begreep dat het vandaag een zware rit zou worden. Het tempo werd getemporiseerd. Ik kon met de eersten mee, maar wist dat ik niet te veel krachten moest verspelen.
Vanuit Slenaken ging het naar Teuven om vervolgens door te rijden naar de voet van Henri Chapelle. Het venijn zit bij deze klim in de laatste 900 meter. Dan begint de klim eigenlijk pas. Het tempo werd naar mate die laatste km dichterbij kwam, strakker gehouden. Op het moment dat het slotgedeelte begon, werden speldenprikken uitgedeeld. Een klein groepje kon zich losmaken van de rest. Ik had gekozen om mijn eigen tempo te rijden en als het mogelijk was het tweede deel van de klim de aansluiting met de groep te krijgen. Dit was afhankelijk hoe mijn benen zich voelden. Ik merkte dat ik nog over had en schakelde over op het buitenblad, 53 x 18. Ik reed makkelijk naar de eersten. Samen reden we naar de hoofdstraat waar we op de rest van de groep konden wachten. Toch was ik niet gerust. Het voelde goed, maar misschien had ik teveel met mijn krachten gespeeld.
Op de grote doorgaande weg kon de groep weer bij elkaar komen. De komende kilometers moest ik mijn krachten sparen. Er kwamen namelijk nog een paar flinke beklimmingen en de energie was daar zeker nog voor nodig. Via Hombourg ging het naar Sippenaken om vervolgens weer de grens over te steken naar Nederland. Via Kuttingen stonden we onderaan Camerig. 3600 meter klimmen. Het eerste gedeelte was het zwaarste gedeelte. Ik was op zoek naar een goed ritme. Ik merkte dat 38×21 een goede versnelling was om het eerste gedeelte tot aan de camping te rijden.

Ook hier moest ik de betere klimmers laten gaan. Ik merkte dat ik wel weer in het tweede gedeelte beter ging. De benen voelden niet helemaal fit aan, maar ik kon goed wisselen tussen groot verzet en klein verzet. Dat is namelijk het vermoeiende van deze klim. Een echt ritme vind je hier niet.
Na de afdaling ging het naar Vijlen. Hier was goed te merken dat voor sommigen de rit te zwaar was. Met een goed tempo boven de 45 km/uur ging het naar Hilleshagen. Het leek alsof de finale nu aangebroken was. Voordat je het wist zaten we al in Partij en staken we over naar Wittem. Vanuit Wittem ging het naar Eys om via de Eyserweg te klimmen naar Trintelen.

Deze 2 km lange klim is niet echt zwaar, maar voel je wel. Ik bleef wat achter een tweede groep van renners aanrijden. Het gat werd niet groter, maar ook niet kleiner. Het verzet dat ik hier reed was 39×21, het tweede deel 39×18. Pas in de laatste deel heb ik overgeschakeld op 53×19 om het gat definitief te dichten. Dit was de laatste klim in deze rit.
Boven op Trintelen werd op de rest van de groep gewacht. Met de kopjes naar beneden kwamen de achterblijvers boven. Via de Vrakelbergerweg ging het terug richting Valkenburg. Snelheden van 55 km/uur werden hier gereden. Het laatste deel van de rit werd rustig uitgereden met een tempo van rond de 36 km/uur. Ik merk dat het basistempo in de afgelopen weken een stuk hoger is komen te liggen.
Na een kopje koffie bij de Kei ging het vervolgens weer terug naar Arensgenhout. De Stoepert was de laatste “klim” die vandaag nog genomen moest worden.
Terugkijkend op dit weekend ben ik tevreden met mijn rijden. De conditie wordt beter. Volgend doel is om een rit boven de 110 km te rijden.








